dhammapada poeja

Mijn leven is nu ten einde;
ik ben nu in de aanwezigheid van de dood.
Er is voor mij geen stopplaats onderweg
en ik heb geen voorzieningen getroffen
voor mijn reis.

 

1. de geconditioneerde geest

Opgejaagd door begeerten
ijlt de mens in het rond
als een haas
die in het nauw is gedreven.
Verknocht aan zijn banden en strikken
loopt hij leed tegenmoet,
lang, en telkens weer. [342]

Denk niet gering van het kwade,
menend "het zal mijn deur wel voorbijgaan".
Door het vallen van een druppel
raakt ook een waterkruik vol.
De dwaas verzinkt in het kwaad
al vergaart hij het beetje bij beetje. [121]

Als honing dunkt de dwaas het kwade
zolang het geen vrucht draagt.
Maar zijn de vruchten gerijpt
dan zal hij aan leed niet ontkomen. [69]

Laat wie een misstap begaat
dit kwaad niet nog eens en nog eens begaan.
Laat hij het bannen uit zijn aandacht.
Smartelijk is vermenigvuldiging van kwaad. [117]

Wandaden die jezelf schade doen,
zijn licht te verrichten.
Uiterst moeilijk te doen
is wat voordeel brengt
en goed is. [163]

Wat heerst daar uitbundigheid?
Is er vreugde, terwijl de wereld
altoos in brand staat?
Gaat U, omhuld door duisternis,
niet op zoek naar een lamp? [146]

 

2. vertrouwen

Opgejaagd door vrees
ijlen mensen naar menig toevluchtsoord:
naar bergen en bossen,
heilige bomen en heiligdommen. [188]

Maar deze zijn geen veilige toevlucht,
niet de beste.
Wie hierheen is uitgeweken
wordt niet van alle lijden vrij. [189]

Maar wie zijn toevlucht neemt
tot de Boeddha, de Dharma, de Sangha,
schouwt met juist inzicht
de viervoudige edele waarheid: [190]

Lijden,
hoe het ontstaat,
en hoe je het te boven kunt komen,
en het edele achtledige pad
dat voert naar de stilling ... [191]

Waarlijk, deze zijn een veilige toevlucht,
boven alle munten ze uit.
Wie hierheen is uitgeweken
wordt van alle lijden vrij. [192]

 

[toevluchten & voorschriften]

 

3. geluk

Welaan!
Laten wij gelukkig leven,
zonder haat onder hen die haten.
Onder mensen die haten,
laten wij leven vrij van haat. [197]

Welaan!
Laten wij gelukkig leven,
gezond temidden van wie vol kwalen zijn.
Onder mensen vol kwalen
laten wij gezond zijn. [198]

Welaan!
Laten wij gelukkig leven,
vrij van zorg temidden van bezorgden.
Onder zorgelijke mensen
laten wij zorgeloos zijn. [199]

Welaan!
Laten wij gelukkig leven,
wij die vrij van bezit zijn.
Ons voedend met vreugde
zullen wij zijn
als de stralende goden. [200]

 

[Shakyamoeni mantra]

 

4. sereniteit

Vuur uzelf aan,
wees waakzaam,
rein in uw daden,
discreet en getrouw aan de Leer:
van zulk een ernstig mens
groeit de faam. [24]

Vuur uzelf aan,
wees welberaden,
trek strak de teugels aan:
dan vindt [U], wijze, voor uzelf een eiland
dat geen vloedgolf overspoelt. [25]

Wie de Leer indrinkt,
leeft gelukkig, sereen.
Immer verheugt zich een wijs man
in de Leer,
door edele lieden verkondigd. [79]

Uit oefening komt wijsheid voort:
verzuim doet wijsheid teloor gaan.
Dit dubbele pad van opgang en neergang
juist onderscheidend
moge men het pad betreden
waardoor wijsheid toeneemt. [282]

Zodra de Waarheid hun ter ore komt,
komen wijzen tot rust,
-zoals een diep meer kalm en helder is. [82]

 

[lezing]

 

5. inzicht

"Voorbijgaand zijn alle samengestelde dingen";
[wie] de waarheid hiervan ziet,
krijgt genoeg van deze wereld van smart.
Dit is het pad naar zuiverheid. [277]

"Alle samengestelde dingen leiden tot leed";
[wie] de waarheid hiervan ziet,
krijgt genoeg van deze wereld van smart.
Dit is het pad naar zuiverheid. [278]

"Alle [verschijnselen] zijn onwerkelijk";
[wie] de waarheid hiervan ziet,
krijgt genoeg van deze wereld van smart.
Dit is het pad naar zuiverheid. [279]

 

[reflectie ...]

 

6. bevrijding

De kringloop van hoevele geboorten
doorliep ik,
zoekende de huizenbouwer
zonder te vinden.
Smartelijk is geboorte,
telkens opnieuw. [153]

Huizenbouwer!
Gezien [bent U],
-[U zult] me geen huis meer bouwen.
Al [uw] spanten zijn gebroken,
de nok is ingestort.
Het hart, dat van de wereld afstand deed,
heeft beëindiging van begeerten bereikt. [154]

 

[dhammapalam gatha]

 


Noten

De verzen van deze poeja, met één uitzondering, zijn aan de Dhammapada ontleend. Uitzondering is het eerste vers, dat alleen gebaseerd is op een vers van de Dhammapada (237).

De vertaling van verzen 277, 278 en 279 komt uit: 'Dhammapada - Wijsheid van de Boeddha'; Theosophical Univerity Press; Den Haag 1985.
Vertaling van alle andere verzen: 'Dhammapada - Ingeleid en vertaald vanuit het Pali door Dr Tonny Kurpershoek-Scherft'; De Driehoek; Amsterdam 1986.

Ik heb een aantal veranderingen in de vertalingen aangebracht. Wijzigingen staan tussen vierkante haken.

De tekst van Dhammapalam Gatha (die verzen 183, 169 en 259 van de Dhammapada bevatten) is hier te vinden:
    
http://www.vwbo.nl/poejaboek/dgatha_pali.html