dhammapada puja #2
1. dhammavandana
Helder verklaard is de Dharma door de gezegende, verifiëerbaar,
tijdloos, uitnodigend om het zelf te ervaren, vruchtbaar, [en] moet verwezenlijkt
worden door het verkrijgen van inzicht, door ieder voor zich.
Tot het einde van mijn leven, neem ik mijn toevlucht
tot de Dharma.




2. mindfulness
[Waakzaamheid] bevrijdt van de dood,
[niet-waakzaamheid] betekent de dood.
Lichtzinnigen zijn als dood,
welberadenen ontkomen eraan. [21]
Voor de immer wakkeren
die dag en nacht trainen
gericht op het nirvana-
verdwijnen alle smetten. [226]
Er is geen vrees
voor hem die waakzaam is,
wiens hart geen aanvechting kent.
Zijn [geest] is kalm en helder,
voorbij aan vragen naar goed en kwaad. [39]
[MINDFULNESS OF BREATHING]
3. the human situation
Niet in de lucht, niet midden op zee,
niet door te schuilen in een bergkloof
vindt een mens een plek op aarde
waar hij kan ontkomen aan zijn kwade daden. [127]
Niet in de lucht, niet midden op zee,
niet door te schuilen in een bergkloof
vindt een mens een plek op aarde
waar de dood hem niet kan overweldigen. [128]
Hij die levende wezens kwetst,
onwaarheid spreekt,
[die] neemt wat hem niet werd gegeven,
loopt naar andermans vrouw
en verslaafd raakt aan sterke drank of drugs:
hij graaft in deze wereld
zijn eigen wortel op. [246/7]
Niet die daad is wèl gedaan
waarop berouw volgt,
waarvan men, wenend,
met betraand gelaat,
de vruchten oogst. [67]
Wèl gedaan is die daad
waar geen berouw op volgt,
waarvan men de vruchten oogst
met vreugde, en welgemoed. [68]
Want het kwaad dat gedaan is
stremt niet als zilver of melk.
Smeulend achtervolgt het de dwaas
als vuur bedekt door as. [71]
4. refuges and precepts




With deeds of loving kindness,
I purify my body.
With open-handed generosity,
I purify my body.
With stillness, simplicity and contentment,
I purify my body.
With truthful communication,
I purify my speech.
With mindfulness clear and radiant,
I purify my mind.
5. practising the precepts
Al reciteert een gemakzuchtig mens veel heilige teksten
-
[maar] handelt er niet naar,
[dan is hij] als een herder die de koeien van anderen telt.
Hij deelt niet in het leven van de ware asceet. [19]
Al reciteert men weinig heilige teksten -
als men leeft naar de Leer, zonder passie of haat,
zonder dwaasheid, met wijs inzicht
en bevrijd naar de geest, zonder te hangen aan het hier of hierna:
dan leeft men het leven van de ware asceet. [20]
Zoals een stralende bloem
die kleurrijk is maar geen geur heeft,
zo draagt een welgesproken woord geen vrucht
als men zich niet naar zijn woorden gedraagt. [51]
Zoals een stralende bloem
die kleurrijk is zowel als geurig,
zo draagt een welgesproken woord
vrucht voor wie zich naar zijn woorden gedraagt. [52]
Kwaad wordt gedaan door jezelf.
Door jezelf word je bezoedeld,
door jezelf wordt kwaad ontweken,
rein word je door jezelf.
Rein en onrein behoren jezelf toe.
Niemand kan een ander schoonwassen. [165]
Waterbouwkundigen leiden de loop van het water,
pijlmakers buigen de pijl recht,
timmerlieden bewerken het hout,
wijze mensen werken aan zichzelf. [80]
Beter dan anderen overwinnen
is de overwinning op jezelf:
de triomf van de mens die zichzelf
heeft bedwongen,
zich altijd gedisciplineerd gedraagt. [104]
Ja, geen god, geen gandharva,
geen Mara tezamen met Brahma
kan deze overwinning
in nederlaag doen verkeren. [105]
6. purifying the heart
Er is geen vuur gelijk aan hartstocht,
geen ongeluk zo groot als haat.
Er is geen leed gelijk aan de skandha’s,
geen geluk groter dan kalmte. [202]
Er is geen vuur gelijk aan hartstocht,
geen greep zo wurgend als haat,
geen vangnet gelijk aan verwarring,
geen stroom zo sterk als begeerte. [251]
‘Hij heeft me afgeblaft, me aangevallen,
overmeesterd en bestolen’ ...
Wrokt hierover, -
en nooit bant ge uw haat. [3]
‘Hij heeft me afgeblaft, me aangevallen,
overmeesterd en bestolen’ ...
laat afglijden, -
en uw haat vervluchtigt. [4]
Velen beseffen het niet:
dat wij allen moeten sterven.
Maar wie het beseffen
zeggen hun geschillen vaarwel. [6]
Want niet door te haten
komt ooit hier haat tot rust,
maar door niet te haten.
Dat is een eeuwige wet. [5]
Men overwinne toorn
met zachtmoedigheid,
met het goede het kwade,
gierigheid met gaven,
met waarheid de leugenaar. [223]
Geleidelijk, langzaam, beetje bij beetje,
blaze een wijs man
het kwaad van zich af,
zoals een zilversmid
stof van het zilver. [239]
metta sutta
over onbegrensde vriendelijkheid
Dit is de handelswijze van hen die vaardig en vredelievend
zijn en het goede willen doen:
Mogen zij capabel en oprecht zijn, eerlijk, bescheiden
in spreken en niet trots.
Mogen ze met weinig tevreden zijn, zonder zorgen en opwinding.
Mogen zij wijs zijn, niet arrogant en niet verlangen naar andermans bezit.
Mogen ze niets kleinzieligs doen en niets dat laakbaar is in de ogen der
wijzen. Mogen alle wezens gelukkig zijn.
Mogen ze leven in veiligheid en vreugde.
Mogen alle levende wezens, of ze nu zwak, sterk, lang,
dik, van gemiddelde lengte of klein zijn, of we ze al dan niet kunnen
zien, of ze veraf of dichtbij zijn, of ze geboren zijn of nog geboren
moeten worden, gelukkig zijn.
Laat niemand een ander bedreigen of enig schepsel - tot
welke staat het ook behoort - verachten, laat niemand door boosheid of
haat een ander schade willen berokkenen.
Zoals een moeder waakt over haar kind, bereid haar leven
te wagen om haar enige kind te beschermen, zo moet men met een onbegrensd
hart alle levende wezens beschermen en heel de wereld kleuren met onbelemmerde
liefdevolle vriendelijkheid.
Mogen we, of we nu staan of lopen, zitten of liggen,
al onze wakende uren blijven denken aan dit gevoel en die manier van leven
- de beste ter wereld.
Wie niet gehecht is aan bespiegelingen, ideeën of
zintuiglijke verlangens en een heldere visie heeft, wordt nooit herboren
in de kringloop van het lijden.
[METTA BHAVANA]

[OFFERINGS]
Zoals een bij heenvliegt met honing
zonder de bloem en haar kleur
of geur te schaden -
laat zo een wijs man
rondgaan in zijn dorp. [49]
Welaan!
Laten wij gelukkig leven,
zonder haat onder hen die haten.
Onder mensen die haten,
laten wij leven vrij van haat. [197]
7. samadhi
Zoals regen licht binnendringt
in een huis met [een] slecht dak,
zo schaft hartstocht zich licht toegang
tot een niet gepantserd gemoed. [13]
Zoals regen niet binnendringt
in een huis met [een] deugdelijk dak,
zo vindt hartstocht niet licht toegang
tot een gepantserd gemoed. [14]
Een denken gericht op het kwade
zal méér kwaad doen
dan een vijand een vijand kan aandoen,
een hater een andere hater. [42]
Niet kunnen een vader of moeder
noch andere verwanten
ons zoveel goed doen
als een denken
dat zich toelegt op het goede. [43]
8. wisdom and the fruits of practice
De gave van de [Dharma] gaat alle gaven te boven,
de geur van de [Dharma] gaat alle geuren te boven.
De heerlijkheid van de [Dharma] gaat alle vreugden te boven,
het einde van begeerte overwint alle leed. [354]
Eerst komt [de geest]. [Het denken] stuurt:
[alle dharma’s hebben de geest als voorloper,
uit de geest zijn ze gevormd].
Wie spreekt of handelt met verdorven geest,-
hem volgt leed, als het wagenwiel de voet van het trekdier. [1]
Eerst komt [de geest]. [Het denken] stuurt:
[alle dharma’s hebben de geest als voorloper,
uit de geest zijn ze gevormd].
Wie spreekt of handelt uit een zuivere geest,-
hem volgt geluk, als een schaduw die niet van hem wijkt. [2]
‘Alle [samengestelde dingen] zijn voorbijgaand’.
Wie dit in wijsheid schouwt
wendt zich af van het ontoereikende.
Hier ligt de weg naar reinheid. [277]
‘Alle [samengestelde dingen] zijn smartelijk’.
Wie dit in wijsheid schouwt
wendt zich af van het ontoereikende.
Hier ligt de weg naar reinheid. [278]
‘Niet één verschijnsel staat op zichzelf’.
Wie dit in wijsheid schouwt
wendt zich af van het ontoereikende.
Hier ligt de weg naar reinheid. [279]
Wie, eens onnadenkend,
in later dagen [waakzaam] werd:
hij verlicht deze wereld,
zoals de maan,
vrijkomend uit een wolk. [172]
Wiens slechte daden
onder goede daden worden bedolven:
hij verlicht deze wereld,
zoals de maan,
vrijkomend uit een wolk. [173]
De kringloop van hoevele geboorten
doorliep ik,
[zoekend naar] de huizenbouwer
zonder te vinden.
Smartelijk is geboorte,
telkens opnieuw. [153]
Huizenbouwer!
Gezien zijt ge,-
ge zult me geen huis meer bouwen.
Al je spanten zijn gebroken,
de nok is ingestort.
Het hart,
dat van de wereld afstand deed,
heeft beëindiging van begeerte bereikt. [154]
[GEWOON ZITTEN]
9. dhammapalam gatha
Kwaad nalaten,
het goede doen,
de geest louteren:
dat is de lering van de Boeddha’s. [183]
Volg de goede wet,
niet het heilloze.
Wie wandelt aan de leiband van de Dharma
is gelukkig in deze wereld en aan de overzijde. [169]
Je ondersteunt de Dharma niet
inzover je er maar over spreekt.
Wie al heeft hij weinig geleerd,
de Dharma werkelijk schouwt
en zich eraan houdt:
hij mag zich steunpilaar der Dharma noemen. [259]
[DHAMMAPALAM GATHA CHANTED IN PALI]
|