Kanttekeningen van een vrouwelijke toneelspeler
bij de euforische ontvangst
van een Othello-enscenering uit 2003

Beste Ivo,

Ik zag zoals je weet de tweede voorstelling van Othello. Want toen we na een daverend applaus de zaal verlieten kon ik in het voorbijgaan haastig ‘prachtig’ naar je gebaren. Wat een schitterende enscenering, wat een onnavolgbare titelrol van Hans Kesting, wat een bijna volmaakte kleinburger van een Jago in de vertolking van Roeland Fernhout. En die voortreffelijke consequente aanpak van alle andere mannenrollen: Brabantio, Cassio, Rodrigo, en zelfs de Doge.

Onverteerbaar is het voor mij dan ook, dat twee van de vele schitterende vrouwenrollen uit het oeuvre van Shakespeare op de gebruikelijke wijze zijn gecastreerd en in hun uitvoering in een waterig troebel zijn blijven steken.

Des te onverteerbaarder, omdat beide rollen zijn bezet door actrices die barsten van het talent, wat je niet van alle andere spelers kunt zeggen.

That I did love the Moor to live with him,
My downright violence and storm of fortunes
may trumpet to the world: my heart's subdued
Even to the very quality of my lord:
I saw Othello's visage in his mind.

Laat het over de hele wereld schallen
Dat ik een Moor liefheb en met hem wil leven.
Mijn hart zal zich vernederen tot alles
Wat mijn heer maar van mij verlangt.
In de geest van deze Arabier zag ik zijn daden.

Dit zijn de zelfbewuste woorden van de zojuist in het geheim getrouwde Desdemona in de eerste scene van het eerste bedrijf. En wie deze klare taal letterlijk neemt, zal er tijdens het noodlottig verloop van de tragedie gevolgen aan moeten verbinden!

In ieder geval lijkt Othello haar verstaan te hebben, wanneer hij in dezelfde scene de Doge verzoekt om haar wens in te willigen Othello op zijn nieuwe missie te mogen vergezellen:

'Ik beloof u dat dit niet is om mijn lusten te bevredigen,
 noch om mijn hitte te koelen
maar om haar geest de vrijheid te schenken die zij verdient.'
Vouch with me, Heaven, I therefore beg it not
to please the palate of my appetite;
[ ] but to be free and bounteous to her mind:

Maar net als bij Cordelia in Lear, of Ophelia in Hamlet, lijken de regisseurs de creativiteit van hun actrice vervolgens uit te hollen met gemeenplaatsen over onschuld, waanzin, of maagdelijkheid.

Ook de vertaler lijkt bij voorbaat haar krachtige en erotisch geladen persoonlijkheid te willen kleineren door my heart's subdued to the very quality of my lord te vertalen als: mijn hart zal zich vernederen tot alles wat mijn heer maar van mij verlangt.

Door de zin in de toekomstige tijd te plaatsen ontneemt hij haar de glorieuze (hoezo vernederende?) ervaring van de ultieme onderwerping  in de huwelijksnacht!

Bovendien suggereert Othello in zijn repliek, dat hij haar geest de vrijheid moet schenken, terwijl Shakespeare haar vrijheid van geest nu juist de reden laat zijn waarom hij tot haar aangetrokken wordt!

Ondertussen legt tegenspeler Othello al zijn concentratie in de confrontatie met Jago die in feite al beslecht is op het moment dat de jaloezie, die Jago zo zorgvuldig in Othello’s hart plantte, wortel schiet in het derde bedrijf.

Vanaf dat moment is het eigenlijk de krachtmeting tussen Othello en Desdemona  die aan het eind van het stuk zijn bloedstollende afloop zal vinden in de beroemde slaapkamerscene.

Hoe is het toch mogelijk dat altijd weer over het hoofd gezien wordt dat het in feite Desdemona is die deze scene ensceneerd, wanneer zij Emilia opdraagt de bruiloftslakens op haar bed te leggen (IV,2).

We willen met open mond toekijken hoe dit karaktervolle eigenzinnige meisje, geconfronteerd met de voor haar onbegrijpelijke veranderingen in het gedrag van haar echtgenoot niet wankelt in haar liefde voor hem.

Hoe zij, in tegenstelling tot Othello (de bejubelde generaal die een willoze prooi wordt voor de kwaadaardigheid van een gefrustreerde vaandrig) standvastig de bittere en suggestieve bekentenissen van Emilia naast zich neerlegt (IV,3) en besluit tot het ultieme pokerspel van de slaapkamer.

Haar onschuld beperkt zich tot een zoekgeraakte zakdoek!  Dat lijkt Ivo van Hove ook wel te beseffen als hij haar in het eerste bedrijf vol levenslust op de boksbal laat rijden die Othello uitdagend tussen zijn benen klemt. Maar waarom moet zij dan in een weerloze maagd veranderen zo onnozel dat zij zelfs in een totale staat van ontkenning lekker ligt te knorren als Othello uiteindelijk de slaapkamer betreedt, en tijdens haar eerste replieken de kinderslaap uit haar oogjes wrijven?

Al moet ze het met de dood bekopen, ik lees bij Shakespeare in niet mis te verstane taal dat de moed van Desdemona die van de beroemde generaal waaraan ze haar hart verpandde, vele malen overtreft. Hoe is het mogelijk dat een vrouw die welbewust kiest voor iedere consequentie van haar liefde, in deze uitvoering voor de zoveelste keer als een willoos slachtoffer haar einde vindt. Terwijl zij wordt vertolkt door de piepjonge, beeldschone en vooral sprankelende Karina Smulders, die met een beetje denkwerk vanachter de regietafel de verrassing van de avond had kunnen zijn.

En dan Emilia.

De staat van ontkenning die van Hove zo onterecht aan Desdemona oplegt vanaf de grote omslag in het derde bedrijf is nu juist de staat waarin Emilia wel moet verkeren om de eindeloze vernederingen van Jago te verdragen (II,1), en desondanks te blijven hunkeren naar zijn waardering, waardoor ze hem uiteindelijk de beroemde zakdoek in handen speelt.

Heel terecht heb ik Emilia wel eens als een sherryjunckie gezien, en over haar relatie met Jago wordt altijd veel gespeculeerd. Is hun bed koud? Of het toneel van perversiteiten? Of juist van liefdeloze rechttoerechtaan sex? In ieder geval zijn er talloze redenen om ervan uit te gaan dat Emilia weet waartoe Jago in staat is, ook al bedekt zij haar vermoedens onder een deken van angst en ontkenning.

En dat alles heeft natuurlijk gevolgen voor haar relatie met Desdemona.

Het zijn niet twee gelijkwaardige vriendinnen die nu eens vrijblijvend babbelen over de liefde en dan weer willekeurig kibbelen over het gedrag van “de man”.

Hoe beziet de illusieloze Emilia met haar bittere huwelijkservaringen de waarachtige passie tussen de hoofdpersonen? Voor zover zij ze vanaf de zijlijn gadeslaat brengen de verwikkelingen misschien troost en opwinding in haar kleurloze bestaan. Er is de wonderlijke mengeling van hoop en vrees over de afloop van het hoge spel dat Desdemona speelt. De mengeling van bewondering en afgunst in haar gevoelens voor het meisje dat zoveel dapperder is dan zijzelf.

Wanhopig moet ik aanzien hoe ook hier gekozen is voor onnozelheid en onschuld. In die prachtige eindscene lijkt zij totaal onverwacht te ontdekken met welk een aartsschurk zij eigenlijk getrouwd is, maar wie Emilia zo dom maakt doet haar tekort: zij weet, zij weet!

Al die tijd immers zien wij wat zij ziet, dus weten we dat zij weet.

Misschien kun je aan de kleine rol die haar is toebedeeld in de handeling -de vermaledijde zakdoek!- de benepenheid aflezen waarin zij bij Jago past; zijn treiterijen tot op zekere hoogte zelfs verdient.

Maar zij is het die uiteindelijk het diepst geschokt is door de dood van Desdemona, meer dan alle andere aanwezigen, inclusief Othello.

Othello heeft haar heldin vermoord; haar eigen man heeft het beraamd.

Maar het ergste, het allerergste is uiteindelijk het besef, dat zij daar zelf een rol in heeft gespeeld.

Emilia is een rol die veel vragen oproept, en moeilijk gestruktureerd is. Daarin lijkt de rol op die van Hamlet’s moeder Gertrude, door Anneke Blok een paar jaar geleden onvergetelijk gespeeld. Zonder twijfel richt ik mijn vragen ook nu weer tot de regie en de pers, die voor de zoveelste keer tevreden lijken met het misverstand dat Othello gaat over een heerlijke krachtmeting voor twee acteurs van mannelijke kunne, waarin een jong ding haar hoofd netjes op tijd op het offerblok legt, nadat een kleurloze dame haar lakens verschoond heeft.

© Catherine ten Bruggencate, toneelspeler